Engerlingen – larven van kevers zoals mei- en junikevers – kunnen grote schade veroorzaken aan grasmatten door vraat aan wortels. Dit leidt tot losse zoden, kale plekken en extra beschadiging doordat vogels en andere dieren de grasmat open trekken. Een effectieve aanpak vraagt om vroegtijdig ingrijpen en een beheerstrategie die inzet op preventie en duurzame maatregelen.
Zoals valt te lezen op Greenkeeper ligt de sleutel vooral in het juiste moment van handelen en in een geïntegreerde aanpak. Monitoring van kevervluchten, bijvoorbeeld met feromoonvallen, helpt om het optimale bestrijdingsmoment te bepalen. Daarnaast is een sterke en dichte grasmat belangrijk: goed bodembeheer, beluchten en het voorkomen van overmatige vochtigheid maken de bodem minder aantrekkelijk voor eileg. Voor directe bestrijding worden in de praktijk eerst biologische methoden ingezet, zoals nematoden die larven in de bodem aanpakken. Deze aanpak past binnen een chemievrije of chemiearme beheerstrategie, waarbij pas in uitzonderlijke situaties aanvullende middelen worden overwogen.